Terug…
Terug tot de orde van de dag. Ik zweef nog voor driekwart in Afrika. Koffers, hond, kind, kerstboom en post moeten nog maar even langer wachten. Het financiële slagveld later inventariseren. Afrika begrijpt niet, dat ik even geen tijd heb en blijft om de haverklap bellen. De tijd dringt, ik moet me nu op de concentreren op de helpavond.
Bedrijfsarts afbellen: geen prioriteit. Ik wil geen energie verspillen aan het moeilijk doen van S. als vertegenwoordiger van mijn werkgever. Dat ik vier telefoontjes moet plegen door afspraken die buiten mij om gemaakt zijn, maakt me eigenlijk behoorlijk pissig. Met vriendelijk blijven ben je er het snelst vanaf.
Ik wil op mijn helpavond wel wat te bieden hebben. Ik wil blije gasten en een zo goed mogelijk resultaat.
Voorbereiden
Het is best leuk dingen te verzamelen over mezelf, ik zie er alleen tegenop om over mezelf te praten. Als dat moment nadert, krijg ik het, ondanks de geruststellende woorden van Désirée (Schneider, trainer, red.) behoorlijk benauwd.
De voorbereidingstijd ter plekke vliegt voorbij; nog gauw wat opschrijven, wat tekenen om de boel te breken, is ook leuk. Dan moet de zaal worden ingericht. Désirée is één en al bedrijvigheid en Niels (Roemen, trainer, red.) zet op coöperatieve wijze zijn lengte in. Heerlijk al die steun. We eten samen pizza. Ik pak meteen een hele. Daarna zie ik, dat mensen delen en heb meteen het gevoel dat ik een ongeschreven regel heb overtreden. Ook als Arie (Snel, directeur, red.) mij verzekert van het tegendeel. Waar een mens niet allemaal mee kan zitten.
Het begint
Ondanks de onderhoudende conversatie aan tafel, begin ik nu toch wel erg gespannen te worden. Ik moet bijna voor publiek gaan spreken en dan nog een gunst vragen ook.
Wanneer J. als eerste gast binnenkomt, voel ik me een stuk veiliger, niet meer alleen. Ik weet dat Arie, Désirée en Teuntje (Klinkenberg, trainer, red.) me zullen helpen, maar dit is vertrouwd tot in de basis. Het is fijn K. weer te zien. Ondanks haar drukke werk, is ze meteen enthousiast aanwezig. De drie gasten van De Bouwmeester lijken me o.k., beetje vaag misschien. Of dat zo is, merk ik wel als ze me vragen stellen
Mijn derde gast, R., komt maar niet opdagen. Niks voor haar, ik ken haar als uiterst gewetensvol. Bovendien leek ze zin te hebben in dit avondje. Het past ook een beetje in haar ‘Mediationlijn’. Ik bel haar, volgens mij wil ze het niet missen. ‘Vergeten, hormonen’, ze ligt haar dochtertje voor te lezen. Ze spoedt zich alsnog naar onze bijeenkomst. Ze is moeilijk uit haar boetekleed te praten, maar neemt binnen de kortste keren deel aan de discussie alsof ze er de hele tijd al bij was. Dat krijg je, als iemand erg ‘bij’ is.
De vraag
Na mijn inleiding, probeer ik mijn vraag over het voetlicht te brengen. Ik heb geoefend en doe mijn best om te articuleren en mijn zinnen af te maken. Het komt er weer hortend uit, maar lijkt voldoende duidelijk voor mijn helpers.
Waarom lukt het me nog steeds niet om diep adem te halen, naar de mensen te kijken en met volle stem rustig mijn verhaal te doen? – Nee: ook niet na de Mookerheide (Cursus: Focus op communicatie,red.) Want ja: ik word onrustig als mensen verwachten dat ik met voorbedachte rade iets van mezelf laat zien. Zelfs als ik er zelf achter denk te staan. – Altijd zoemt mijn hoofd en blokkeren mijn gedachten bij dit soort dingen. Het helpt als ik wordt afgeleid, en dat doet J. gelukkig.
De wedervragen
De vragen van de gasten zijn redelijk te beantwoorden, hoewel ik niet steeds weet of mijn antwoorden bevredigend zijn voor mijn helpers. Alleen bij de vraag of ik een visie heb, haak ik af. Visie waarop, een mening of iets abstracters, een bevlieging, een obsessie, iets waarvoor ik tot het uiterste zal strijden? Wie zal het zeggen, daar kan je een avondvullende boom over opzetten.
Nadat ik onze expositie heb toegelicht, moet ik even de zaal uit en ga ik een eindje wandelen. Ben benieuwd waar de helpers op uitkomen.
Het advies
Het resultaat is opwindend en teleurstellend tegelijk. Schrijven. Natuurlijk wil ik schrijven, maar kan ik dat? Ik wil verhalen schrijven, geen jaarverslagen, beleidsberichten of nota’s voor de gemeente. Kan ik met schrijven over wat me bezig houdt voldoende verdienen? Is een min of meer aardige baan dan niet safer. Kan een veilige baan, als ik eerlijk ben, wel leuk zijn? Misschien kom ik uit op half, half. Verhalen schrijven en een veiliger bezigheid qua geld.
Opwindend is het idee om echt te gaan schrijven.
Teleurstellend is, dat dit advies nog zoveel openlaat. Ik had in mijn ogen veiliger alternatieven verzonnen, of althans zaken die misschien sneller van de grond zouden komen. Niet dat ze me leuker leken, maar de steun van De Bouwmeester kan me ieder moment ontnomen worden.
Schrijfster zie ik me in mijn eentje nog niet worden. Dan wordt het misschien met hangen en wurgen onder druk van de bedrijfsarts weer vier dagen bij de dienst werken of ontslag met gezeur over de uitkering en in ieder geval inkomensverlies of verdere degradatie met een handenwrijvende S. op de achtergrond en een klotenbaantje elders bij de gemeente. Waarvan ik dan vervolgens zo uitgeput raak, dat ik aan schrijven helemaal niet meer toekom.
Schrijven is eigenlijk wel mijn droom, die van stalmeisje en later ontdekkingsreizigster buiten beschouwing gelaten. Ik kan de zaak in ieder geval onderzoeken en misschien intussen al iets op papier zetten. Alleen als het mijn faillissement gaat betekenen, haak ik af. Ik moet mijn kind onderhouden en ik wil mijn man hierheen halen. Misschien kan ik wat bijsnabbelen met Afrikaanse handeltjes. Als Dirk groot is, wil ik daarheen.
De suggestie van subsidies is me niet duidelijk. Volgens mij heb ik voorlopig recht op uitkering. Of zou die stoppen, als je gaat schrijven. Je mag toch zoveel schrijven als je wilt, totdat je er geld mee verdient? Misschien komt er geen WW als je zelf aangeeft met schrijven de kost te willen verdienen en je niet voor andere arbeid beschikbaar te stellen. Het mooiste zou zijn, als je een subsidie naast je uitkering kunt opstrijken.
Eerst maar eens zien of iemand op mijn geschrijf zit te wachten.
De trein
De avond is voor mij in ieder geval prettig verlopen. Iedereen heeft duidelijk over me nagedacht en ik krijg een heleboel suggesties. Die van de vraag naar fondsen met behulp van kerstkaarten en het benaderen van schrijvers en schrijfsters zijn het meest concreet en direct uit te voeren. Mijn helpers hebben ook geen vreselijke twijfels over mezelf opgeroepen en ik krijg een hartelijk afscheid.
Ik ga met een goed gevoel richting trein. Ik ben wel helemaal op. Voor de gein neem ik een colanootje. Daar kikker je van op en je wordt er ook een tikkie euforisch van. Ietsje te misschien; ik zit zo prettig te lezen, dat ik pas in Heiloo merk, dat ik niet langer in de Zaanstreek ben. Mijn huis in Castricum dus voorbijgereden. In Alkmaar kom ik erachter dat de laatste trein terug reeds lang is vertrokken. Goede raad is duur en een taxi nog duurder. Dirk is alleen thuis en mijn financiën zijn uitgeput. Ik heb een treintaxikaartje, waarmee mijn ouderlijk huis binnen bereik is. Maar mijn vader zal zich rot schrikken, als ik hem zo laat bel, en ik wil ook niet dat Dirk morgen wakker wordt zonder mij aan te treffen. Het moet zo zijn, een mooie afsluiting van zo’n chique avond: met de taxi naar huis.
Teuntje Klinkenberg, een van de trainers van Olga. V., schetst haar portret.
Ik leerde Olga kennen tijdens een Focus op Communicatie.
Een eigenzinnig type. Binnen de groep had ze het zwaar. Ze kwam net terug uit Afrika en vond dat we ons maar met luxeproblemen bezighielden.
Haar gedrag stuitte op veel weerstand en ze dreigde dan ook op te stappen. Gelukkig heb ik haar weten tegen te houden. Ik suggereerde haar dat ze die eigenzinnigheid ook creatief zou kunnen gebruiken. En ook communicatief. Dat pikte ze op.
Het was dan ook erg leuk toen ze aangaf met mij te willen werken in het kader van haar individuele traject. De vorm daarvoor vonden we samen al gauw: schrijven.
Olga was negatief over alles wat ze in haar leven had gedaan en bereikt. Het kan een openbaring zijn, zeker voor vrouwen van rond de 50, om in te leren zien dat je de optelsom bent van alles wat je hebt meegemaakt, de positieve en negatieve dingen. Dat wou ik haar laten ontdekken op papier.
In deze levensfase is het een kwestie van nu of nooit. Er ligt nog een flinke periode dat je kunt werken voor je, maar het is niet meer oeverloos. Alle ervaringen kunnen een enorme inspiratiebron vormen voor dit laatste werkzame deel van je leven.
‘Begin eens bij het begin’, heb ik haar tijdens onze eerste ontmoeting gevraagd. Ze heeft al haar werkzaamheden beschreven: van stalmeisje in Spanje, via studente sociologie tot haar huidige functie.
Ik wilde weten waar ooit haar ambities lagen, proberen iets van een jeugdig elan terug te vinden. Als mensen aan een outplacementtraject beginnen is dat uiteraard niet voor niets. Olga kwam uit een zeer problematische werksituatie. Ze kreeg weinig erkenning meer van de mensen met wie ze samenwerkte. Dan moet je sterk zijn om maar niet meteen alles op de grote hoop van mislukkingen te gooien.
Door de dingen op papier te zetten schiep Olga letterlijk afstand. Vanuit die afstand kon ze ook weer met trots en plezier terugblikken.
Olga houdt van schrijven. Ze zou daar ook het liefst haar brood mee verdienen. Schrijven over andere culturen. Brochures maken. Vertalen. De vraag is of ze zichzelf zo vrij kan maken dat ze vooral voor zichzelf gaat schrijven of dat het meer journalistiek wordt. Nu interviewt ze schrijvers: over hun drijfveren en practische mogelijkheden tot publiceren. Ze verruimt haar horizon. En ik zeg steeds: ‘schrijf het maar op’. Dan krijg ik mailtjes of leest ze het me voor, en dan lachen we, om wat ze ziet, hoe ze het beschrijft. Ze begint haar eigen ogen weer te geloven.
tags: advies, outplacement, verhalen