debouwmeester_masthead.jpg

Kader voor ontwikkelen, denken, doen

‘Vormvast’. Ken je die uitdrukking? De meeste mensen begrijpen het verkeerd, denken aan iets steriels, en dat is niet zo. Handhaven. Wanneer wij zorgen dat iets vormvast is, handhaven we de vorm – of we nu trots op die vorm zijn, of niet, dat doet er nu niet toe – we zorgen ervoor dat het niet uit elkaar valt. We streven niet naar het onmogelijke. We handhaven. We houden vast.
Edna in ‘In Wankel Evenwicht’ van Edward Albee, heeft behoefte aan vorm. Ze leeft in een chaotische situatie. Zelf kan ze het leven alleen aan door helder te weten waar ze zich aan te houden heeft. Dat biedt houvast en structuur in haar dagelijks leven. Ze heeft voor zichzelf een beeld gecreëerd waarop ze zich op kan richten. Daarmee zet ze zich af tegen de mensen in haar omgeving die er volgens haar een zootje van maken.

Richting
Een vorm heeft vele gedaantes en biedt houvast tijdens het bereiken van een doel. Een schilder kiest zijn vorm. Wellicht heeft hij al zijn onderwerp gekozen en is de keuze voor de vorm daarvan afgeleid. Wordt het klein of groot, papier of linnen. Heeft hij de ruimte te werken? Is hij in staat om op een hoge trap te klimmen en afstand te nemen? Of ligt zijn schetsboek op schoot, terwijl hij tegen een boom zit? Dit geeft al een richting aan de keuzemogelijkheden. De uitgangspunten hebben een kader geschapen voor het bepalen van de stijl. Dat is de touch van de meester. De meester bepaalt zijn onderwerp en kiest de stijl die daarvoor het meest geschikt is. Wordt het olieverf of potlood, krijt of aquarel? Die vorm dicteert de beperking. Het komt voort uit behoefte aan ordening. De beperking creëert een van tevoren bepaalde houvast. Je kunt de mogelijkheden en onmogelijkheden ervan overzien. Het zijn ook de meest objectieve uitgangspunten. Maar die kunnen leiden tot onverwachte mogelijkheden.

Communiceren
De schilder hoeft niets uit te leggen, die creëert doorgaans in zijn eentje en zoekt al schilderend naar de inhoud die herkenbaar wordt in de vorm. Als het af is wordt er soms naar gevraagd om de vorm uit te leggen. Dat zijn niet altijd verhelderende verhalen. Als het goed is heeft het resultaat de grootste zeggingskracht.
Een liedjesmaker is gebonden aan zijn liedvorm. Door de vorm kan hij communiceren. Door de vorm meet hij zich met andere makers. De vorm is een leidraad voor de inhoud en dit tezamen geeft richting aan de muziek die erbij wordt gecomponeerd. Dat kan ook andersom, dan is de muziek er eerst en die geeft richting aan de vorm. Ook de muzikant is gebonden aan de vorm. Hierdoor kan hij met de dichter communiceren. Je hebt coupletten en refreinen, een brug en dan weer een couplet en refrein. Afhankelijk van de stijl kan hij variëren. De vorm is beproefd. De mogelijkheden zijn eindeloos verkend. Wordt er afgeweken van de vorm dan heeft dat gevolgen die direct voelbaar zijn.

Fundament
Als er meerdere mensen betrokken zijn, dan wordt de vorm een vertrekpunt. Je kunt het uitleggen. Je kunt het ook als plan voorleggen. Iemand kan beoordelen of hij mee kan gaan in dat idee.
Stel je bijvoorbeeld een lege kamer voor, die gevuld zal worden met dingen die er toe doen. Die lege ruimte is de vorm. Zoiets eenvoudigs als een kamer waar de leegte schreeuwt om gevuld te worden. Zoals een nieuw huis dat wordt betreden. Als je dat aan iemand vertelt, dan zal hij zich onwillekeurig gaan afvragen wat er voor hem wezenlijk is, wat hij in die lege kamer zal neerzetten. Alles krijgt betekenis, omdat die er van tevoren aan toegedicht is. Er wordt gekozen.
Van tevoren is er een raamwerk bedacht waarbinnen alle betrokkenen kunnen meedenken. En dan begint het pas. De mogelijkheden zijn te overzien. Maar schept ongekende mogelijkheden. Het is niet een woon- of slaapkamer die gevuld moet worden, maar het is een tastbaar gemaakte denkruimte. Als de ruimte gevuld wordt, met één voorwerp of meerdere of iemand die naar muziek luistert of een beweging maakt, dan laat zich benoemen wat dit voor zeggingskracht heeft of wat voor gevoel er over komt.

Grenzen
Twee personen, een pen en een blocnote. Of een recorder. Een koffie voor beiden. De één stelt vragen en de ander geeft antwoord. Er mag doorgevraagd worden. Dat is de afspraak. Er is toestemming gegeven om nieuwsgierig te mogen zijn. De lengte van het gesprek is vooraf bepaald.
De vragen zijn niet voor de hand liggend, anders wordt er naar de bekende weg gevraagd. De ondervrager probeert onbekende gebieden te verkennen. Degene die ondervraagd wordt, bewaakt al dan niet zijn grenzen. Soms zijn de grenzen vooraf bepaald, dan zijn er onderwerpen waar niet over gesproken mag worden. De grenzen worden gerespecteerd of overschreden. Hoewel de rollen vastliggen, worden ze toch wel eens onverwachts omgedraaid. Of de verschillen vervagen. Opeens blijkt men veel langer met elkaar gepraat te hebben dan was afgesproken.
De ondervrager maakt een verslag van het gesprek. Hij kiest bewust voor de vorm van het verhaal. Hij kiest ervoor aan- of afwezig te zijn. De vragen kunnen vermeld worden of weggelaten. Soms worden de antwoorden aaneengeregen tot een monoloog. Soms hebben beiden evenveel tekst. Hij gaat niet altijd chronologisch te werk. Er wordt gestreefd naar nieuwe inzichten bij de lezer.
Bij een interview hoort een foto, of meerdere. Het portret van de ondervraagde vertelt een deel van het verhaal. De fotograaf is aanwezig bij het gesprek of maakt een aparte afspraak. Hij kiest voor kleur of zwart wit. Bedenkt de plek waar de foto’s genomen gaan worden. Wordt het een studiosessie met veel lampen en visagie? Dat kost tijd. Of is het een snapshot buiten op straat? De fotograaf maakt meerdere foto’s waarvan hij bepaalt welke de treffendste is of hij maakt één rake opname. Dit is bepalend voor het beeld. Als aan alle voorwaarden voldaan is, kan het onverwachte plaatsvinden.

Keuzes
Iemand staat achter een katheder op een podium. Hij heeft een stapel papieren voor zijn neus. Een glas water, een microfoon. Achter zich een scherm voor projectie. Hij test de microfoon en schraapt zijn keel. De mensen in de zaal worden stil. Hij kijkt zijn publiek aan, heet allen welkom en begint voor te lezen. Als hij klaar is met de eerste pagina legt hij die onderop. Af en toe kijkt hij op en dan vervolgt hij zijn betoog. De stapel is hoog, je probeert de hoeveelheid velletjes in te schatten. De beelden verspringen en tonen nogmaals de informatie die de spreker al geeft. De spreker maakt zijn lezing af, er wordt geklapt.
De tweede spreker zet een laptop neer. Hij gaat niet achter het spreekgestoelte staan, maar hij loopt heen en weer op het podium onder het scherm. Hierop geeft hij een PowerPoint presentatie. Hij heeft een afstandbediening in zijn ene en de andere hand houdt hij losjes in zijn zak. Hij reageert op de beelden, die vormen het houvast van zijn verhaal. De woorden ontstaan ter plekke. Hij stelt soms vragen aan het publiek. Het is niet de bedoeling dat de vragen beantwoord worden. Zo betrekt hij de toehoorders bij zijn voordracht.

Rolverdeling
Een helverlichte studio. Een decor met kleurige panelen. Een paar rijen publiek op stoeltjes. Een ronde tafel in het midden, daar zitten de gasten en hun interviewer. Soms zijn het er twee. Ze hebben afspraken over hun rolverdeling. De één leidt het gesprek, de ander komt met onverwachte vragen. Soms is er een vaste side-kick, die voor confronterend commentaar zorgt. Niet gehinderd door kennis van zaken. De wanorde is vooraf georganiseerd. Vaak zijn de gasten in het nieuws. Een politieke figuur. De schrijver van een nieuw boek, een advocaat, een milieudeskundige, een mediatycoon, een artiest die zijn cd promoot. Het programma wordt live uitgezonden
De aanwezigen weten dat ze ondervraagd gaan worden. Daarom zijn ze op de uitnodiging in gegaan. Ze willen hun verhaal doen, omdat ze daar belang bij hebben. De gesprekken zijn van tevoren door de redactieleden met ze voorbesproken. Ze weten welke vragen ze kunnen verwachten. Ze hebben aangegeven waar ze het wel en niet over willen hebben. Dat heeft ze gerustgesteld.
Iedereen komt aan het woord en blijft de hele uitzending aan tafel zitten. Men heeft niet voor niets de weg naar de studio afgelegd. Sommigen mengen zich in het interview met een ander. Soms is er muziek, dan speelt er een bandje of begeleid een zanger zich op de piano. Dat is van tevoren aangekondigd. Zeker als er beroemde muziekanten zijn.
Het wordt spannend als iemand in verwarring wordt gebracht door onderwerpen waar hij niet over wil praten. Het heeft geen zin om te refereren aan de gemaakte afspraak. De interviewer heeft de macht. Mensen met mediatraining redden zich hier meestal uit. Soms wordt het pijnlijk.
Wat je bijblijft zijn de momenten waarop er afgeweken wordt. De Hell’s Angels die de studio bestormen en rake klappen uitdelen. Freek de Jonge die wegloopt. Ischa Meier die iemand voor het blok zet. Derk Sauer die op zijn hoofd staat. Een vrouw die blijft zwijgen.

Toeval
Een manuscript met een ringband. Voorop de titel en de naam van de schrijver. Op de eerste bladzijden staat de toelichting van het onderwerp. Vervolgens een lijst met namen. Dan worden chronologisch de scènes omschreven. De plaats van handeling. Of het zich binnen of buiten afspeelt. Wie er in voorkomen. Waarover het gesprek zal gaan. De beweging van de scène. Op papier wordt niets aan het toeval overgelaten. Tijdens het draaien kan je je richten op wat er zich ter plekke voordoet.
Tijdens het werken maakt dat de vorm een ijkpunt is. Je kunt met elkaar controleren of je nog wel met dezelfde dingen bezig bent. Het maakt het met elkaar praten over de daaruit voortvloeiende inhoud concreter. Een vorm moet niet dwingend zijn, maar geeft ook de mogelijkheid om te besluiten om er vanaf te stappen. Om te kunnen zeggen: ‘deze vorm werkt niet, bij wat ik voor ogen heb. Daar en daarom.’ Om dat te kunnen doen is die heldere vorm noodzakelijk geweest. Vaak zit de oplossing in het veranderen van die vorm.

Doelgericht
Met het bepalen van een vorm schep je orde in de dingen die moeten gebeuren, je weet waar je naar toe moet werken. In principe doet iedereen het voortdurend. Iedereen kan een koffer in pakken of een boodschappenlijstje maken. Het vraagt om het denken binnen de vorm van ‘op reis gaan’ of ‘een diner koken’.
Alles heeft een vorm en dat dringt pas tot je door als je je afvraagt of het niet anders kan. Ook een cliché is een vorm. Een algemene omschrijving. Iets wordt een cliché als de betekenis afgevlakt en voor de hand liggend is. Wordt iets een cliché genoemd dan schreeuwt het om een nieuwe uitdrukkingsvorm. Of we houden vast aan de clichés, omdat we precies weten waarover we het hebben.

Teuntje Klinkenberg

tags: ,

advies, assessment, bouwmeesterjong, bouwstenen, coaching, communicatie, cultuuromslag, debat, diner, fysiek, in company, inspiratie, intake, management-ontwikkeling, outplacement, stilte, team, training, verhalen, werkwijze, workshop