debouwmeester_masthead.jpg

Stevige rock en kinderkleding

Als vader van opgroeiende kinderen besloot Hans Nooij om een eigen bedrijf voor kinderkleding op te zetten. Nu 10 jaar later: het bedrijf groeit en verandert. Hoog tijd om te gaan verkassen. Het huidige pand is te klein en voldoet niet meer optimaal aan zijn eigenzinnige wijze van produceren. Er zijn nieuwbouwplannen. Teuntje Klinkenberg portretteert de ondernemer en zijn onderneming.

STEVIGE ROCK en KINDERKLEDING

THE HILT. Het staat met krachtige letters boven de ingang. Opvallend tussen een rij inwisselbare bedrijfspanden op zo’n typisch industrieterrein buiten de stad. Als je hier gedropt zou worden, zou je niet weten in welk gedeelte van Nederland je je bevindt.
‘Het betekent ‘heft’. Het heft van een mes. Ik ben een grote fan van de ‘Golden Earring’. Een van hun mooiste platen heet To the Hilt. Je associeert het ook met het heft in eigen hand nemen. Toen ik 10 jaar geleden naar een naam voor mijn nieuwe bedrijf zocht, was de keuze snel gemaakt.’

No nonsens
Hans Nooij vertelt hoe hij hier zijn bedrijf begon.
‘De bedrijfshal stond in de middle of nowhere. Eerst vond ik het helemaal niks. Ik verdwaalde steeds. Zouden de klanten hier wel naar toe komen? Wat de doorslag heeft gegeven was de ruimte en de L-vormige hal. De mogelijkheid om alles bij elkaar onder te brengen. Eigen showrooms, ontwerpafdeling, de kantoren. We produceren 3 kinderkledinglijnen. Eén voor jongens en één voor meisjes tot 16 jaar, onder de naam Rags. En Eager Beaver voor jonge kids.’
De combinatie kinderkleding en stevige rock is een niet bepaald voor de hand liggende, maar als je het pand binnen gaat voel je direct het verband. Opvallend is de no nonsenssfeer. ‘De klanten komen in een andere wereld binnen en voelen zich hier direct thuis. Ik houd me niet bezig met hoe anderen het aanpakken, maar blijkbaar onderscheiden we ons. Hier heerst een open sfeer. Er zijn bijna geen deuren. Alles mag gehoord worden van klanten en medewerkers.’
Als voorbeeld geeft hij hoe eens een klant luidkeels felle kritiek had op nieuwe ontwerpen, terwijl in de ruimte ernaast een medewerker een verkoop aan het sluiten was. ‘Die open sfeer hebben we zo snel voor mekaar gekregen door ons enthousiasme. Geen Haarlemmerdijkies, zeggen we in Noord-Holland.’
In elke ruimte hangt de kinderkleding aan rekken die aan steigers doen denken. ‘Zo had ik het in het begin ook voor ogen. Om gewoon de kleding aan steigerpijpen op te hangen en daarmee het industriële en functionele te benadrukken. Maar onze ontwerper Piet van der Laak heeft deze rekken toch speciaal voor de showrooms ontworpen, omdat steigerpijp zo echt steigerpijp blijft. Bovendien erg uit de tijd.’

Special touch
Overal staan dozen. Bij de receptie hangen zwarte poppen zonder hoofden klaar om aangekleed te worden. We lopen van de ene showroom naar de andere. In sommige ruimtes zijn medewerkers met elkaar aan het overleggen. Volgende week wordt de nieuwe collectie gepresenteerd. ‘Dan lopen er voortdurend klanten in en uit. Inspelend op de seizoenen bieden we 5 keer per jaar volledig nieuwe ontwerpen aan. Die liggen een half jaar later in de winkels. Je moet wel, omdat de kledinggiganten bijna elke dag met nieuwe dingen komen.’
Links en rechts aan een lange gang bevinden zich alle showrooms. Het lijken winkels in een straatje. Zonder deuren. Zonder plafonds. Als je naar boven kijkt wordt je er aan herinnerd dat het een fabrieksruimte is. De leidingen en dakspanten zijn zichtbaar. Door gigantische lampenkappen worden hoogteverschillen gecreëerd. Gezelligheid gesuggereerd.
Hoewel alle showrooms een zelfde robuuste sfeer ademen, is er toch ruimte voor een speciale touch. In één ruimte is op een grote wand een gigantische wolkenlucht te zien. Op een lange plank boven de kledingrekken staan grote zwart-wit foto’s van meisjes die serieus in de camera kijken. Ze showen de kleren, maar het zouden ook familiefoto’s kunnen zijn. Sommigen zijn zelfs onscherp. Het doet denken aan een hippe meisjeskamer, maar dan uitvergroot. Dat geldt ook voor de jongenskleding. Hier zorgt een wand vol platenhoezen uit de seventies voor een jongenskamergevoel. Een gigantisch schoolbord met kindertekeningen voor de allerkleinsten. Elke ruimte is voor een andere leeftijd.

Het hart
‘Ik kwam uit de kleding voor volwassenen. Jeans. Een bedrijf samen met twee compagnons. Ik had inmiddels twee zoons van 5 en 8, maar ik was nooit thuis. Voortdurend op reis. Om de productie te controleren. Toen ik stopte kreeg ik tijd om met het gezin te shoppen. En ik ontdekte hoe weinig leuke kleren er voor kinderen waren, vooral voor jongens. Wat we leuk vonden voor onze zoons was onbetaalbaar. In de jongenskleding was weinig concurrentie, meisjeskleding was er in overvloed. Zo ontdekte ik een gat in de markt.’
We lopen verder en komen in een grote keuken terecht. Het hart van het pand. Over de gehele lengte staan zware, donkere tafels met banken. Ook deze ruimte is functioneel ingericht maar heeft iets heel huiselijks. Het Bruynzeelkeukentje dat Hans ergens op de kop kon tikken ging vormgever Piet, net iets te ver. Nu staan er roestvrijstalen keukenelementen. ‘We eten altijd met z’n allen. Het is echt aanschuiven. Dat vind ik belangrijk.’ Achter de kantine bevindt zich de financiële afdeling en we lopen van het ene kantoor in het andere. Ze zijn sober en functioneel. Zonder franje. Wel echt kantoor. ‘We hechten groot belang aan de after-sales. Nabestellingen of klachten. Laten de klanten het maar zeggen als ze niet tevreden zijn. Alles moet binnen 24 uur opgelost zijn. Zowel zoet als zuur, is ook hier de rode draad.’
Wat direct opvalt is dat ook hier overal de rekken met kleding hangen. Elke hoek wordt benut. ’We moeten wel, wegens ruimtegebrek.’

Ruimtegebrek
Dan komen we op de eerste verdieping en lopen door twee grote kantoorruimtes die in elkaar overgaan. Allemaal grote tafels. Hier zitten de ontwerp- en inkoopafdeling samen. Er zijn veel mensen aan het werk en het is er benauwend warm. Hier is het ruimtegebrek echt voelbaar. ‘Als iedereen in huis is zijn we met 50 werknemers.’
Terwijl het pand ernaast reeds wordt gehuurd en de distributieafdeling zich op een locatie in Mijdrecht bevindt, barsten ze inmiddels uit hun voegen. ‘De behoefte groeit om alles weer onder één dak te brengen. We hebben rondgekeken op andere plekken in midden Nederland, maar ik werd verliefd op het gebouw van architectenbureau Dedato op die plek in de voormalige Houthavens in de Amsterdamse haven. Daar zag ik alles terug wat ik hier heb willen creëren. Ernaast was nog grond te koop. Zij hebben dan ook ons nieuwe pand ontworpen. Eigenlijk wordt het – hoewel gigantisch veel groter – vergelijkbaar met zoals het hier is. Open, industrieel, functioneel, met de mogelijkheid steeds weer andere ruimtes te maken, omdat elke nieuwe collectie om een eigen sfeer vraagt. Niet alleen qua kleding, maar ook het aureooltje eromheen.’

Naar de Houthavens
Op de plek aan het IJ waar het nieuwe THE HILT zal verrijzen, moeten de oude houtloodsen nog afgebroken worden. De deelraad moet nog beslissen over hoe hoog er gebouwd mag worden, maar het ontwerp is al klaar. Een strak, industrieel gebouw, zonder franje en uiterlijke opsmuk. In de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid. ‘Het is te ver gezocht om er vanuit te gaan dat de verhuizing ook in de kleding zelf te zien zal zijn. Maar mijn verwachtingen zijn hoog wat betreft de verbetering van de werksfeer. Iedereen krijgt de werkruimte die iedereen minimaal nodig heeft, plus 40%, om nog te kunnen groeien. Maar ik zie ook een eventueel risico naar klanten. Het zal zaak zijn om de verhuizing bijtijds te introduceren. Met een maquette, bijvoorbeeld. Het scheve ogen-effect als het te goed gaat. Het is heel Hollands om dit niet te gunnen. Dat heb ik al eerder meegemaakt. Maar we zijn nog lang niet klaar.’

tags: , , ,

advies, assessment, bouwmeesterjong, bouwstenen, coaching, communicatie, cultuuromslag, debat, diner, fysiek, in company, inspiratie, intake, management-ontwikkeling, outplacement, stilte, team, training, verhalen, werkwijze, workshop