Het eerste Bouwmeesterrestaurant op 7 februari 2005 heeft als motto: Innoveren moet. Leo van Heijst wil een avond rond deze veelgehoorde kreet en hoe je dat dan doet. Joep van der Heijden sprak met hem over zijn bedrijf, het thema en waarom het hem zo aan het hart gaat.
ZEGGEN EN DOEN
Tot drie jaar geleden had Leo van Heijst altijd voor overheidsorganisaties gewerkt: gemeenten, Ministeries, Staatsbosbeheer. Van de ene dag op de andere besloot hij wat anders te gaan doen. Zijn ideeën over ondernemen botsten steeds meer met de ambtelijke cultuur. In april 2001 richtte hij zijn eigen bedrijf op: Van Heijst & partners. ‘Natuurlijk is de kreet Innoveren moet een open deur,’ zegt hij, ‘ik merk alleen dat iedereen het roept en dat niemand het doet.’
INNOVATIEF GROEN
Leo zijn bureau is gespecialiseerd in groene projecten, ook wel nieuwe landgoederen genoemd. Bij groene projecten legt de eigenaar een bos of een park aan dat in de meeste gevallen voor iedereen toegankelijk is. Op een gedeelte van het landgoed bouwen kopers hun eigen landhuis. Met de opbrengst van de verkochte kavels wordt de aanleg van het bos of park dan betaald. ‘De belangstelling voor deze innovatieve projecten groeit,’ zegt Leo, ‘en hetzelfde geldt voor de verkoopbegeleiding. Dat is een nieuwe dienst waarbij mijn bedrijf al het werk uit handen neemt van degene die een landhuis bouwt. De financiering, de keuze van een architect, het juridische gedeelte, het tuinontwerp, de aankleding van het huis: alles regelen we’, zegt hij. ‘En ook dit nieuwe product slaat aan.’
OOSTERSE VECHTSPORT
Inmiddels heeft hij zeven mensen in dienst. ‘Ik probeer geen hiërarchisch leider te zijn. Ik reageer op de vraag van medewerkers en geef leiding vanuit de zijlijn. In het werkoverleg zeg ik wel eens: ‘In Utrecht deden we dat zo en zo.’ Ik zeg niet: je moet het zo doen. Daarmee zet je mensen niet aan het denken. Mijn lijfspreuk is: ‘Trek een koe aan haar staart, en ze gaat vooruit.’ Als ik iemand fouten zie maken, zoek ik ook nooit de confrontatie. Op het juiste moment maak ik er een opmerking over. Ik creëer een sfeer waardoor de medewerkers het er met elkaar over gaan hebben. Daar komt altijd een oplossing uit. Die manier van leidinggeven komt ook voort uit de Oosterse vechtsport Aikido die ik heb beoefend: gebruik de kracht van een ander om je eigen doel te bereiken.’
WAT WIL DE KLANT
Zoals voor Leo leidinggeven vooral reageren op de vraag van de medewerkers is, zo ziet hij innoveren vooral als reageren op de vraag van de klant. ‘Wat ik doe is niets anders dan in contact blijven met de markt en luisteren naar de klant. Ik stel mezelf onophoudelijk de vraag: Waar heeft een klant behoefte aan, nu én over vijf jaar. Ik probeer mensen te helpen, maar nooit tegen hun wil.’
Hij kan zich oprecht boos maken over het innovatieve vermogen van grote bouwondernemingen. ‘Welke echte grote veranderingen zijn er nu de afgelopen twintig jaar geweest in de bouwwereld? Geen enkele! Het product is nog steeds: rijtjeshuizen. En dat, terwijl de klanten iets heel anders willen.’ Leo heeft hiervoor maar één verklaring: introvert gedrag. ‘Als je in een bedrijf nooit naar buiten kijkt, bijvoorbeeld omdat alle luiken dicht zijn, dan ben je met alles druk, maar niet met innoveren.’
PERSOONLIJK
‘Denk nu niet dat het in mijn bedrijf alleen om het product gaat. Het product komt op de tweede plaats. In mijn bedrijf hangt een ontspannen sfeer, waarin medewerkers worden uitgedaagd. Ik heb zeer verschillende mensen in dienst, dat voorkomt eenvormigheid en leidt tot vernieuwing. In het werk zoek ik naar de persoonlijke verbinding met de ander. Als die verbinding er niet is, kan ik moeilijker zaken doen. Die verbinding kan heel divers zijn: hobby, geboortestreek, kinderen etc.’ Met mensen die over alles een uitgesproken mening hebben, – ‘En die zijn er in de bouwwereld nogal wat’ – krijgt hij moeilijk verbinding. Hij houdt van genuanceerde standpunten. ‘Levenservaring maakt mild en genuanceerd. Ook in mijn persoonlijke wijze van zakendoen probeer ik vernieuwend te zijn.’
tags: debat, diner, inspiratie, verhalen