Zoals men van principes zegt dat je ze er op na moet houden om ze overboord te kunnen gooien, zo zou je van concepten kunnen zeggen dat je ze moet ontwikkelen om ze los te kunnen laten. Maar hoe kom je tot zo’n concept? Teuntje Klinkenberg beschrijft hoe De Bouwmeester concepten maakt voor groepstrajecten.
Op de Theaterschool, in de roerige jaren ’70, mocht je geen stap zetten zonder concept. Urenlang piekeren aan de werktafel over de vragen: wat is je inhoud? Wat is je doel? Waarop baseer je je ideeën? Wat wil je? En hoe ga je dat aanpakken?
Lange tijd heb ik gedacht dat een productie pas geslaagd was als het concept een blauwdruk van de voorstelling was, dat werkelijk grote regisseurs hun concept tot in de finesses ten uitvoer konden brengen. Later blijkt dat de praktijk wel anders is. Vantevoren moet je het concept goed in je hoofd hebben, dat is je huiswerk, maar dat dient er vooral toe om je tijdens de repetities te kunnen richten op de dingen van de dag.
Die voortdurende oefening in het formuleren van het hoe en waarom en het toetsen daarvan in het hier en nu is voor altijd diep in mijn vezels gaan zitten en werd een tweede natuur. Ik beschouw het als een van de creatiefste onderdelen van mijn trainerswerk bij de Bouwmeester.
Uitgangspunten
Bij de Bouwmeester werken we niet met kant-en-klaar-paketten. Elke training is uniek, omdat elke situatie om een andere opzet en aanpak vraagt, omdat geen mens hetzelfde is. Het concept voor een training wordt elke keer weer opnieuw bedacht.
Niet dat elke keer weer het wiel wordt uitgevonden. Uiteraard hebben we onze grote lijnen, onze basisprincipes. Om er een paar te noemen: we organiseren ontmoetingen; ons streven is om nieuwsgierigheid te prikkelen; we willen dat mensen elkaar vragen gaan stellen en antwoorden gaan bedenken op nog nooit gestelde vragen. Dat is beweging. Dat is leren. Daarmee wordt het belangrijkste in gang gezet.
We houden niet van wat we ‘tjakka’ plachten te noemen: het op energie en overmoed overwinnen van angsten en weerstanden. Eenmaal teruggekeerd op de werkvloer blijken de verhoudingen volstrekt dezelfde te zijn. Hoe moet je daarbinnen je wapenfeiten verwezenlijken?
Verkenning
Als het gaat om een training voor een groep mensen uit hetzelfde bedrijf trekken we veel tijd uit om met de opdrachtgever te praten over zijn wensen en bedoelingen. We willen veel horen over de achterliggende redenen. Niet voor niets heeft men zich tot De Bouwmeester gewend met de vraag om te helpen. Meestal voeren we deze gesprekken in het bedrijf of instelling zelf. Je kunt ter plekke heel veel aflezen van de sfeer, hoe mensen met elkaar samenwerken en wat ze gewend zijn. Wij stellen onze vragen. We willen veel weten om tot een basisconcept te kunnen komen. Dan ontstaat er een titel, bijvoorbeeld: ‘Stress-signaleren en hanteren voor managers’, ‘Verdieping van leidinggeven’, ‘Hoe krijgen we als afdeling weer zuurstof’.
Research
Ikzelf ben niet aanwezig bij die gesprekken, dat is aannemers-werk en ik ben meer een uitvoerder. Een mee-ontwerpende uitvoerder. Bij het horen van de titel en de basisgegevens komt mijn verbeeldingskracht op gang. Ontstaan er ideeën over hoe dat je kunt trainen binnen welke omstandigheden. En met welke trainers.
Daarna zorgen we ervoor dat we met alle deelnemers individueel een gesprek voeren. Het liefst in het gebouw van De Bouwmeester. Daarmee geven we op onze beurt ons visitekaartje af en zijn we niet de trainers die ergens van de maan gedropt zijn. Bij zo’n gesprek zijn altijd twee trainers aanwezig, omdat 2 paar ogen meer zien dan 1 paar. Zo kunnen we elkaar afwisselen in het gesprek voeren, luisteren en kijken.
Uit al die gesprekken – interviews noemen we ze – destileert ieder zijn persoonlijke aandachtspunten en die voegen we samen. Om heldere uitgangspunten te formuleren voor de opdrachten en onderdelen.
Ingrediënten
Zoals gezegd hebben we onze basisingrediënten. De dingen die we sowieso in de kast hebben staan. Beproefde werkvormen. Een korte tekst die uit het hoofd geleerd dient te worden, je hebt immers woorden nodig als het gaat om communiceren en je je bijvoorbeeld vooral op het hoé wil richten. We vragen mensen lievelingsmuziek mee te nemen. Die gebruiken we ook als communicatiemiddel, non-verbaal toon je iets van wie je bent.
In anderen situaties, waarin mensen weer met elkaar in gesprek willen leren komen, dan gaat het meer om de inhoud. Dan hanteren we bijvoorbeeld onze ‘vragen-rondes’.
Pure gesprekstechniek. Binnen vastgelopen werksituaties kan het een eye-opener zijn om te leren formuleren in het stellen van vragen. Als het aanleren van een spelletje. Je kunt er patstellingen mee doorbreken.
Soms hanteren we op een eerste dag van een training onze ‘wasstraat’-formule. De deelnemers volgen allerlei kleine workshopjes waarin ze op verschillende manieren tegen dingen kunnen aankijken. We willen dingen in gang zetten. Trainen gaat immers over ontwikkelen.
Kortom we hebben een arsenaal aan werkvormen die we steeds weer net iets anders inzetten binnen een concept.
Samenwerkend oplossen
Als onderdeel van een eerste conceptbespreking bedenken we direct de mogelijke trainers die de training zullen gaan leiden. De groep trainers waaruit de Bouwmeester kan putten is zeer divers. Allemaal hebben we ons specialismen en vooral de dingen die we zelf leuk en boeiend vinden om te doen. Zo is de één sterk in het groepsproces, en werkt een ander weer liever individueel, of het liefst praktisch en fysiek. We hebben allemaal ons eigen fort. Laat mij maar een opdracht bedenken als zich iets aandient, ik houd van puzzels bedenken en al samenwerkend oplossen.
Ook al proberen we van te voren alles zoveel mogelijk in kaart te brengen en te anticiperen op wat we kunnen verwachten, de praktijk is toch altijd weer anders. Verrassender, ingewikkelder of eenvoudiger dan je van te voren kan voorzien. De time-outs waarin wij trainers razend snel de koppen bij elkaar steken en de volgende stap bedenken, behoren tot de typische Bouwmeester running gags van een training.
De koffer
Zo is ook de locatie van cruciale invloed is op het verloop van de training, zo kan het weer mede bepalen of je veel opdrachten buiten doet of juist gebruik maakt van de beslotenheid van een binnenruimte. Afhankelijk van het soort bijeenkomst, zoekt de Bouwmeester naar een geschikte trainingsplek. Soms trainen we in onze ‘eigen’ prachtige synagoge Uilenburg, meestal gaan we naar locaties in het land. Favoriete hotels waar je je koning waant, met heerlijke kamers en werkruimtes. En met zorg klaargemaakte maaltijden. Ik haat de conferentieoorden, alwaar je op een bill-board moet ontdekken in welke vergaderzaal je die dag gepland staat. Als één van de velen.
Trainen, ‘leren’ immers, willen wij niet meer associeren met nare klaslokalen en te weinig daglicht. Het concept is de koffer, die meegaat op reis. Lang van te voren heb je bedacht wat er allemaal in moet. Je bent voorbereid op zon en regen, storm- of donderbui. Maar eenmaal ter plekke ontdek je pas wat je zult gebruiken.
tags: bouwstenen, in company, werkwijze